Neanderthaler ineenstorting: één enkele afstammingslijn overleefde de laatste ijstijd van Europa

8

Ongeveer 65.000 jaar geleden ondergingen de Neanderthalerpopulaties in Europa een catastrofaal genetisch knelpunt. Uit een nieuwe studie blijkt dat op één na alle Neanderthaler-afstammingslijnen zijn uitgestorven, waardoor er één enkele groep overblijft om het continent opnieuw te bevolken. Deze gebeurtenis kan cruciale aanwijzingen opleveren voor het begrijpen van het uiteindelijke uitsterven van de Neanderthalers, die ongeveer 40.000 jaar geleden volledig verdwenen.

Het genetische knelpunt

Onderzoekers analyseerden mitochondriaal DNA (via de moeder doorgegeven) van 10 Neanderthaler-fossielen gevonden in België, Frankrijk, Duitsland en Servië, gecombineerd met 49 eerder gesequenced monsters. De analyse bracht een verrassende verschuiving aan het licht: vóór 65.000 jaar geleden herbergde Europa meerdere verschillende genetische Neanderthalers. Na die datum bleef er slechts één lijn over, afkomstig uit het zuidwesten van Frankrijk, die zich over het continent verspreidde.

Dit is niet alleen een bevolkingsfluctuatie; het is een grote verstoring in de geschiedenis van de Neanderthalers, zoals senior auteur Cosimo Posth van de Universiteit van Tübingen uitlegt. Deze verschuiving duidt op een wijdverbreide ineenstorting van bestaande Neanderthaler-groepen.

Klimaatverandering als katalysator

De timing valt samen met het begin van een zware ijstijd, ongeveer 75.000 jaar geleden. Terwijl Neanderthalers eerdere ijstijden hadden overleefd, bleek deze anders. De onderzoekers denken dat Noord-Europese Neanderthalergroepen zijn omgekomen, terwijl de zuidwestelijke Franse bevolking al voldoende was aangepast om het extreme klimaat te doorstaan. Deze overgebleven groep breidde zich vervolgens uit naar de vrijgekomen gebieden.

De bevindingen van het onderzoek geven aan dat de late Neanderthalers de genetische diversiteit ernstig hadden verminderd in vergelijking met hun voorgangers. De laatste groepen waren op genetisch niveau vrijwel identiek in heel Europa, van Spanje tot de Kaukasus.

Verminderde diversiteit, verhoogde kwetsbaarheid

Een lage genetische diversiteit is een alarmsignaal voor elke soort. Het vermindert het aanpassingsvermogen en verhoogt de vatbaarheid voor ziekten, veranderingen in het milieu en inteelt. Posth suggereert dat dit gebrek aan variatie waarschijnlijk heeft bijgedragen aan het uiteindelijke uitsterven van de Neanderthalers, hoewel dit niet de enige factor was.

Interessant genoeg vertoonden de late Neanderthalers, ondanks de genetische verarming, een grotere culturele en archeologische diversiteit op verschillende locaties. Dit suggereert dat deze groepen, hoewel ze genetisch vergelijkbaar waren, relatief geïsoleerd bleven en unieke hulpmiddelen en kunststijlen ontwikkelden.

Een patroon van uitsterven en herkolonisatie

De studie ondersteunt het idee dat Neanderthalerpopulaties elkaar regelmatig vervingen. In bepaalde regio’s stierven groepen uit, om vervolgens opnieuw te worden gekoloniseerd door overlevenden van elders.

Het onderzoek wijst op een cruciaal patroon: de Neanderthalers zijn niet zomaar verdwenen; ze werden herhaaldelijk tot de rand geduwd en misten in de laatste fase de genetische veerkracht om te herstellen. Verder onderzoek, waarbij gebruik wordt gemaakt van nucleair DNA in plaats van mitochondriaal, zou deze bevindingen kunnen bevestigen. Nucleair DNA is echter veel meer afgebroken in oude fossielen, wat een aanzienlijke analytische uitdaging vormt.

De ineenstorting van de genetische diversiteit van de Neanderthalers herinnert ons op sterke wijze aan de onzekerheid van het voortbestaan, zelfs voor soorten die ooit hele continenten domineerden.