Basisprincipes van backgammon: hoe u dammen en dobbelstenen op de juiste manier verplaatst

5

Het bord is geplaatst. De stukken zijn klaar. Nu moet je uitzoeken wie het bord mag gaan domineren.

Gooi elk één dobbelsteen. Hoog aantal overwinningen. Die speler gebruikt beide dobbelsteenwaarden om te bewegen. Stropdas? Rol opnieuw. Ga door totdat iemand de toss wint.

Als je met mensen speelt die echt om dit spel geven, gooi je niet zomaar met de dobbelstenen. Je gebruikt een schudapparaat. Plaats beide dobbelstenen erin. Schud het op. Zet ze neer aan de rechterkant van het bord. Linkshandige? Maakt niet uit. Dezelfde regel is van toepassing.

Als een dobbelsteen aan de rechterkant landt? Opnieuw rollen. Als er een schijf wordt geraakt? Opnieuw rollen. Als het leunt? Opnieuw rollen. Als het vast komt te zitten in het plastic? Je raadt het al. Opnieuw rollen.

Een schone worp krijgen is slechts het halve werk. Nu moet je bewegen.

De cijfers op de dobbelstenen vertellen je hoeveel punten, of pitten, je schijven kunnen afleggen. Ze gaan altijd van hoger genummerde punten naar lager genummerde punten. Hier ziet u hoe dat in de praktijk werkt.

Dammen naar open punten verplaatsen

Je kunt een steen alleen naar een open punt verplaatsen. Wat betekent dat?

  • Leeg punt? Ga je gang.
  • Punt met alleen je schijven? Stapel ze op. Je kunt er zoveel stapelen als je wilt.
  • Punt met één tegenstander? Je kunt daar landen. Dit wordt een ‘hit’ genoemd.
  • Punt met twee of meer tegengestelde schijven? Geblokkeerd. Je kunt daar niet naartoe verhuizen.

Je dobbelsteenworpen spelen

De dobbelstenen tonen afzonderlijke zetten. Als je een 4 en een 2 gooit, heb je opties.

Verplaats één schijf 4 velden. Verplaats nog 2 velden. Of verplaats een enkele schijf 6 velden vooruit. Je kunt de verplaatsing van 6 velden alleen uitvoeren als de tussenliggende punten (2 plekken verderop en 4 plekken verderop) open zijn.

Dubbels zijn een ander beest. Een dubbeltje gooien? Je krijgt vier zetten van dat getal. Dubbele 3s gooien? Je krijgt vier zetten van elk 3 pitten. Je kunt ze opsplitsen zoals je wilt. Eén schijf 12 velden verplaatsen? Zeker, als je er kunt komen. Vier schijven elk 3 vakjes verplaatsen? Ook prima.

Moet je beide nummers spelen?

Ja. Gebruikelijk.

Als je legaal beide getallen op de dobbelstenen kunt spelen, moet je beide spelen. Kun je er maar één spelen? Speel die. Kan je beide spelen, maar niet allebei? Speel het hogere nummer.

Een dubbeltje gooien? Speel zoveel van je vier zetten als legaal mogelijk is. Als je geen van beide nummers kunt spelen, eindigt je beurt. Je tegenstander mag opnieuw gooien.

Lijkt eenvoudig? Misschien te simpel voor een spel met eeuwenlange geschiedenis. Maar het echte drama zit niet in de basisbewegingen. Het zit hem in de manier waarop je ze gebruikt om je tegenstander in de val te lokken, te blokkeren en te irriteren.

Dat is waar het spel interessant wordt.