Hoe Pegasus-satellieten Apollo-astronauten beschermden tegen ruimtestof

9

Ze zijn genoemd naar een mythologisch beest, maar dienden een heel praktisch, dodelijk doel. Drie Amerikaanse wetenschappelijke satellieten, bekend als Pegasus, werden gelanceerd in 1965 en behoorden tot de grootste ruimtevaartuigen die Amerika ooit had gebouwd. Hun middengedeelte strekte zich 23 meter de leegte in. Maar het echte verhaal zat in hun vleugels.

Deze vleugelachtige structuren besloegen maar liefst 30 meter. Waarom zo’n groot doelwit? Om micrometeoroïden te vangen.

De ruimte is niet leeg. Het is gevuld met snelle deeltjes ruimtestof. Met het blote oog zijn ze onzichtbaar. Voor een ruimtevaartuig dat met een omloopsnelheid reist, zijn ze als kogels. De Pegasus-satellieten zijn ontworpen om de diepte en frequentie vast te leggen waarmee hun vleugels door deze kleine projectielen werden doorboord.

De Apollo-verbinding

Deze gegevens waren niet alleen voor nieuwsgierigheid. Het was om te overleven. Ingenieurs gebruikten de bevindingen van Pegasus om de buitenste schil van het bemande Apollo-ruimtevaartuig te ontwerpen. Ze moesten het binnendringen van deze snelle deeltjes voorkomen. Eén gat in een drukcabine in de ruimte is een fatale fout.

De implicaties reikten verder dan de romp. De gegevens hielpen ingenieurs bij het ontwikkelen van ruimtepakken die astronauten zouden beschermen tegen micrometeoroïden wanneer ze buiten hun ruimtevaartuig werkten. EVA (extravehiculaire activiteit) vereiste bescherming tegen onzichtbare gevaren. Pegasus leverde de statistieken die nodig waren om dat pantser te bouwen.

Een experiment op grote schaal

Op het moment van hun lancering waren Pegasus-satellieten reuzen. Hun enorme omvang was nodig om voldoende datapunten vast te leggen. Een kleine doelstelling zou te weinig impact opleveren om statistisch significant te zijn. De overspanning van 30 meter zorgde voor een grote kans op botsingen met ruimteschroot.

De verzamelde informatie was van cruciaal belang voor het succes van de Apollo-missies. Het stelde NASA in staat veerkracht in hun voertuigen en astronauten te brengen. Zonder deze kennis zou het risico van micrometeoroïde-inslagen een gokspel zijn gebleven.

De Pegasus-satellieten vormden de statistische ruggengraat voor de bescherming van menselijk leven in de ruimte.

Het gevleugelde paard uit de Griekse mythologie droeg een lading harde gegevens met zich mee. Die gegevens hielden de Apollo-bemanningen veilig. Het veranderde een mythologisch symbool in een praktisch schild tegen het vacuüm.