Wat is het biochemische zuurstofverbruik en waarom is het belangrijk?

10

Het biochemische zuurstofverbruik is een stille moordenaar. Het maakt geen lawaai. Het consumeert gewoon.

De term beschrijft de hoeveelheid opgeloste zuurstof die micro-organismen gebruiken bij het afbreken van organisch materiaal in water. Zie het als de metabolische eetlust van kleine, onzichtbare werkers. Hoe meer organisch materiaal aanwezig is – rioolwater, rottende planten, afvalafvoer – hoe groter de BZV.

En hier is de vangst. Micro-organismen zijn niet de enige dingen die zuurstof nodig hebben. Vissen en andere hogere dieren zijn daar bij en strijden om hetzelfde beperkte aanbod.

Wanneer de BZV stijgt, daalt de opgeloste zuurstof.

De BZV is daarom een ​​betrouwbare graadmeter voor de organische vervuiling van een waterlichaam.

Een hoog biochemisch zuurstofverbruik geeft aan dat een waterlichaam verstopt is met verontreinigende stoffen. De bacteriën smullen van het afval. Daarbij ontdoen ze het water van de zuurstof die nodig is om het waterleven te laten overleven. Vissen stikken. Ecosystemen storten in.

Daarom is afvalwaterzuivering niet optioneel. Het is een noodzaak. Het primaire doel van het behandelen van afvalwater voordat het in een natuurlijke waterbron terechtkomt, is het verlagen van de BZV. Door organisch materiaal vooraf af te breken of te verwijderen, verminderen we de zuurstofbehoefte van beken, meren, rivieren en estuaria.

Het resultaat? Meer zuurstof voor de vissen. Minder vervuiling voor het milieu.

Het is een simpele afweging. Behandel het water nu. Red het ecosysteem later.